Blokfluitshop Allargando
Een gesprek met Gerlinde Neele
De winkel is niet meteen zichtbaar in deze buitenwijk van Waddinxveen, ingebed tussen een grote houthandel en een stroopwafelfabriek. Maar een paar handgemaakte bordjes wijzen de weg naar de ingang: Allargando Blokfluitshop. Op de eerste etage bieden vier kamers ruimte aan respectievelijk een concertzaaltje, een uitstalling van blokfluiten, een oefenruimte en een zitkamer met zachte banken en koffie.
Gerlinde Neele richtte de winkel in 2016 op: ‘Ik ben altijd als verpleegkundige werkzaam geweest maar heb me omgeschoold tot blokfluitdocent. Op het Utrechts concervatorium kreeg ik les van Heiko Ter Schegget. Mijn lespraktijk begon te bloeien en ik constateerde dat het voor leerlingen niet eenvoudig was om enigszins in de buurt een blokfluit te kopen. Zo begon de Blokfluitshop. Die hebben we in 2023 verhuisd naar de locatie waar we nu zitten.’
Hoe houd je een eenvrouwszaak up to date en ruim genoeg in de keuze van blokfluiten?
‘Helemaal alleen doe ik het niet. Mijn man Peter, die ook vioolbouwer is, doet het onderhoud en de reparaties van blokfluiten. Verder verkoop ik maar twee merken, Moeck en Kung. Beide komen in alle soorten en maten, van sopranino tot subbas, in de stemming A 440 of A 415. Er is best een verschil tussen die twee fabrikanten wat het juist zeer divers en interessant maakt voor de klant.’
Een verschil in bouw, klank, manier van spelen?
‘Maar vooral een verschil in expressie. Ik zeg weleens gekscherend dat ik al als iemand de trap opkomt, kan zien welk van de twee merken het beste past. Kung is luider, de toon is open, het is een instrument dat zich op de voorgrond kan dringen. Moeck maakt blokfluiten die eerder ingetogen zijn, zoegevooisder. Je zou kunnen zeggen dat Kung extravert en Moeck introvert is. Het zijn trouwens allemaal uitstekende blokfluiten. Het voordeel van een Moeck vind ik dat ie als je er zelf op speelt wat zacht kan klinken, maar achter in de zaal hoor je hoe goed het geluid van het instrument draagt. En Moeck maakt ook blokfluiten die prachtige soloinstrumenten zijn. Een van mijn favorieten is de tenorblokfluit van Hotteterre, een kopie naar een Franse bouwer uit de vroege zeventiende eeuw. Die fluit heeft tweeënhalf octaaf bereik en je komt een heel eind als je dynamische verschillen wilt maken, als je het hard en zacht van een barokke dwarsfluit wilt imiteren.’
Hoe laat je mensen een keuze maken?
‘Het belangrijkste is dat je de tijd neemt. Ik trek een uur uit voor advies over de aanschaf. Je bent geneigd te beginnen met een hoop uitleg, met details over de sterke en zwakkere kanten van een blokfluit. Dat doe ik niet. Ik laat de klant, en dat kan ook een kind van vijf zijn, zelf op verschillende blokfluiten spelen. Niet in een hokje ergens achteraf, maar zo dat ik het kan horen. Dan komen ze er vaak tot hun verbazing achter hoe rijk ze het geluid van een blokfluit kunnen maken, heel anders dan ze misschien gewend zijn. Ik ga mensen geen dure blokfluit aansmeren, maar ik heb ook geleerd om in mijn adviezen niet ál te terughoudend te zijn. Soms heeft een jonge speler hoorbaar talent, dan mag je de ouders er best van proberen te overtuigen dat een betere blokfluit de goede keuze is.’
Als je al die blokfluiten hier op een rij ziet staan, constateer je nogal wat verschillen in uiterlijk. En als je ze pakt, voel je het verschil in gewicht.
‘Er zijn tegenwoordig wel tien soorten hout waarvan een blokfluit wordt gemaakt. Vroeger was het vooral buxushout en ook nu nog is dat een populaire houtsoort, maar nu wel van een andere herkomst dan in de barok. Van esdoorn en peren maak je blokfluiten die relatief goedkoop zijn, want die houtsoorten zijn gemakkelijker te bewerken. Het nadeel is dat ze ook eerder slijten, maar zeker de eerste jaren zul je daar geen last van hebben. Olijfhout heeft weer een open klank en grenadil is, ten opzichte van de blokfluiten van blokfluitbouwers juist voller van klank. Kersenhout wordt vooral voor lage blokfluiten gebruikt., met een sopranino van olijfhout kom je boven een flink strijkorkest uit.’
In je concertruimte, ik noem het maar zo, staan blokfluiten die er anders uitzien.
‘Dat zijn renaissancefluiten. Ze zijn gemaakt door mijn leermeester, Heiko ter Schegget. Hier, ik laat je de bouwtekeningen zien van Renaissancefluiten. Alles is tot de millimeter vastgelegd. Ze worden het meest gebruikt in een consort. Ik heb hier diverse bassen staan en de grootste, een sub contrabas, past rechtop niet eens in deze ruimte. Dat geldt ook voor de barokke versie. Wat een plezier is het, als ik een meisje van acht jaar op zo’n enorme fluit zie spelen in één van mijn ensembles. Er wordt nog volop ontwikkeld in blokfluiten, vaak naar voorbeeld van oude instrumenten. Ik heb hier een poster hangen met foto’s van de twintig of zo blokfluiten die in bezit waren van Frans Brüggen. Prachtige exemplaren, soms van ivoor, gegraveerd met rijke versieringen. Ik heb ooit op een paar daarvan mogen spelen, ik kon bijna niet geloven hoe goed die instrumenten zijn. De Stradivariussen onder de blokfluit. Heiko Ter Schegget heeft samen met Daniel Bruggen duetten opgenomen waarbij zij op deze prachtige collectie hebben gefloten. Onlangs heeft Lucie Horsch een cd gemaakt, The Brüggen Project, waarop ze al die instrumenten bespeelt. Die fluiten zijn kwetsbaar, ze mocht soms niet langer dan een kwartier op een exemplaar spelen.’ Ook Heiko heeft voor zijn CD met werken van Telemann op een altblokfluit uit de collectie van Bruggen gefloten.
Veel mensen denken dat een blokfluit niet zo’n moeilijk instrument is.
‘Had je gedacht. Een blokfluit verhult niets, je hebt geen riet of zoiets om je toon aan te passen. What you blow is what you get. De blokfluitisten die ik erg bewonder weten hoe ze een instrument kunnen laten zingen. Die proberen niet te bewijzen hoe snel of hoe strak ze kunnen spelen, zoals je ziet bij sommige virtuozen. Saai. En nog iets, wat zelfs de handboeken voor de blokfluit vaak vergeten te melden: je kunt niet zomaar dezelfde adem en dezelfde vingerzetting kunt gebruiken voor elke blokfluit. Je zult per fluit moeten uitzoeken wat werkt, misschien moet je voor die ene toon een vinger bijzetten of weglaten, of moet je dat de ene keer wel en de andere keer niet doen. In de hogeschool van het blokfluitspelen leer je hoe je met subtiel schuiven van je vingers harder of zachter kunt blazen zonder dat de toonhoogte verandert.’ Ik zeg vaak: ‘Hoe verder je komt des te moeilijker het instrument wordt.’
Blijft een blokfluit interessant ook als je er jaren op hebt geoefend?
‘O ja. Er is een groot repertoire en er komt telkens nieuwe muziek bij. Bij die laatste zitten ook stukken die een heel ander soort eisen stellen aan de bespeler, je moet in het instrument zuchten of tegelijkertijd zingen en fluiten of met twee blokfluiten tegelijk spelen, de adem langs het instrument laten gaan, met speciale grepen dubbeltonen maken, op een gecontroleerde manier te hard of juist veel te zacht spelen. Dat is niet voor iedereen weggelegd, dat merk ik aan mijn leerlingen. Maar hou je je bij de barok en de middeleeuwen en renaissance, dan ligt er ook nog eens een wereld open van muziek die je voor blokfluit kunt bewerken. Er zijn traversosonates van Bach die prachtig zijn op een blokfluit. En je kunt ook met groot plezier de muziek van Pirates of the Carribean spelen, of popmuziek. Alleen het romantisch repertoire mis je, ik ken iemand die er klarinet bij is gaan doen juist voor de muziek van die periode. Een groot voordeel van blokfluiten is dat ze, in al die verschillende maten, uitstekend met elkaar zijn te combineren. Zet vier of tien blokfluitisten bij elkaar, met hoge en lage instrumenten, en je hebt de keus uit een onoverzienbare hoeveelheid oorspronkelijke muziek en bewerkingen.’
Wil je nog ergens voor waarschuwen?
‘Slechte instrumenten. Plastic blokfluiten die massaal in Azië worden gemaakt of instrumenten die je van Marktplaats koopt zonder ze te testen. Er kwam ooit iemand bij me die zijn blokfluit, waar niet op te spelen viel, aan een reparateur had gegeven. Die had er kleppen op gezet en het resultaat was nog beroerder dan daarvoor. Hij heeft nooit op het instrument gefloten. Wanneer hij dit had gedaan had hij kunnen weten dat deze blokfluit afgeschreven was. Ik vind heel erg. Of leerlingen die een bas kopen op internet waarbij ze toch aardig wat geld neertellen en die vervolgens een kat in de zak blijkt. Of leerlingen die een blokfluit vol schimmel ontvangt. Die schimmel krijg je er niet meer uit. Deze komt steeds weer terug. Daarom beperk ik me ook tot de twee blokfluitfabrikanten in wie ik blind vertrouwen kan hebben. Maar ik ben geen purist. Uiteindelijk ben jij degene die bepaalt wat je blokfluit doet, niet andersom. Een beginnende speler kan jarenlang genoegen beleven aan een instapmodel. Of de blokfluit die je als kind kreeg en daarna vergat, daar ga je eenmaal met pensioen misschien weer op spelen. En wat een volhardend instrument is het. Al in de veertiende eeuw werden er blokfluiten gemaakt, toen moest de boekdrukkunst nog worden uitgevonden. Met een blokfluit heb je eeuwen van traditie en vernieuwing in handen.
Februari 2025 Daan Bronkhorst

